ECLI:NL:RVS:2022:926
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking vergunning apotheekhoudende huisartspraktijk in Rouveen
De minister voor Medische Zorg verleende op 19 mei 2020 een vergunning aan een huisarts in Rouveen voor het bereiden en ter hand stellen van geneesmiddelen aan patiënten in een specifiek gebied. Apotheek De Veenhorst maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door de minister werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat de vergunningverlening in het belang was van de geneesmiddelenvoorziening, omdat alleen de bereikbaarheid van de dichtstbijzijnde apotheek was betrokken.
De minister herzag zijn besluit en trok de vergunning per 21 april 2022 in, omdat volgens hem de geneesmiddelenvoorziening in Rouveen goed was gewaarborgd door Apotheek De Veenhorst, mede door een goede busverbinding en bezorgdienst. De huisarts betwistte deze uitleg en stelde dat het primaat van de apotheker niet als toetsingscriterium mag gelden en dat een goede openbaarvervoerverbinding ontbreekt.
De voorzieningenrechter van de Raad van State behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening. Gezien het belang van de huisarts bij het voortzetten van zijn praktijk en het risico dat een deel van zijn patiënten anders onvoldoende geneesmiddelenvoorziening ontvangt, en het ontbreken van verweer van de minister tegen de voorlopige voorziening, werd het verzoek toegewezen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van de vergunning voor het bereiden en verstrekken van geneesmiddelen door de huisarts in Rouveen wordt geschorst totdat in de bodemprocedure is beslist.