ECLI:NL:RVS:2022:931
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens twijfel aan betrouwbaarheid en integriteit
De korpschef van politie heeft op 29 oktober 2018 aan diverse bedrijven de toestemming ingetrokken om [wederpartij] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten, vanwege twijfels over diens betrouwbaarheid en integriteit gebaseerd op justitiële gegevens. De rechtbank Rotterdam stelde [wederpartij] in vier van vijf zaken in het gelijk en vernietigde de besluiten op bezwaar, met uitzondering van één zaak.
De korpschef stelde in hoger beroep dat het incident op 12 april 2018, waarbij [wederpartij] politiefunctionarissen belemmerde en agressief optrad, een tamelijk ernstige aantasting van de rechtsorde vormt. De rechtbank oordeelde echter dat dit feit niet voldoende was gemotiveerd als zodanig en dat de intrekking daarom onterecht was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt anders en acht het incident een ernstige aantasting van de rechtsorde. De korpschef mag daarom de betrouwbaarheid van [wederpartij] in twijfel trekken en de toestemmingen intrekken. De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart de beroepen van [wederpartij] ongegrond en vernietigt de nieuwe besluiten op bezwaar van de korpschef die op de uitspraak van de rechtbank waren gebaseerd.
De Afdeling benadrukt dat aan beveiligingsmedewerkers hogere eisen worden gesteld en dat een voorwaardelijk beleidssepot het standpunt van de korpschef niet ondermijnt. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de intrekking van de toestemmingen gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de toestemmingen om [wederpartij] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten wordt gehandhaafd en de beroepen worden ongegrond verklaard.