ECLI:NL:RVS:2022:933
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen saneringsplan Limburg Fase 1 inzake geluidsbelasting woningen nabij A76
De minister van Infrastructuur en Waterstaat stelde op 25 februari 2021 het saneringsplan "Limburg - Fase 1" vast, gericht op verlaging van geluidproductieplafonds langs diverse rijkswegen, waaronder de A76. Een omwonende, appellante, stelde beroep in tegen dit besluit omdat zij meent dat de geluidsbelasting op haar woning en een nabijgelegen woning hoger is dan uit het akoestisch onderzoek blijkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde het beroep binnen het kader van de Wet milieubeheer. De minister baseerde zich op een akoestisch rapport van 15 januari 2021, opgesteld door onafhankelijke bureaus, waarin de geluidsbelasting op de woningen werd berekend op respectievelijk 59 en 58 dB, onder de grens van 65 dB voor saneringsobjecten.
Appellante voerde aan dat het onderzoek niet onafhankelijk was, dat meten in plaats van berekenen had moeten plaatsvinden, en dat diverse omgevingsfactoren onvoldoende waren meegenomen. De Afdeling oordeelde dat het onderzoek onafhankelijk was, dat berekenen de wettelijke systematiek volgt en noodzakelijk is voor het bepalen van geluidbelasting bij volledige benutting van plafonds, en dat de genoemde omgevingsfactoren, zoals spitsuren, windrichting, silo's en verhoogde op- en afritten, adequaat zijn betrokken in het onderzoek.
De Afdeling concludeerde dat de minister terecht de woningen niet als saneringsobjecten heeft aangemerkt en dat het beroep ongegrond is. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het saneringsplan Limburg Fase 1 is ongegrond verklaard en de woningen zijn terecht niet als saneringsobjecten aangemerkt.