Uitspraak
Datum uitspraak: 30 maart 2022
BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad van State
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep van appellanten gegrond verklaard tegen het bestemmingsplan 'Noordeloos, [locatie A]', vastgesteld door de raad van de gemeente Molenlanden op 7 mei 2019 en gewijzigd op 15 juli 2021. De Afdeling oordeelt dat het bouwvlak van de woning op het perceel [locatie B] nog steeds gedeeltelijk is gelegen op gronden die volgens de kwaliteitskaart bij de Visie ruimte en mobiliteit zijn aangemerkt als 'Veen(weide)landschap'. Dit is in strijd met artikel 2.2.1 van de Verordening ruimte omdat nieuwe bebouwing binnen deze gebieden niet is toegestaan zonder ontheffing.
De raad heeft geprobeerd de gebreken te herstellen door het bouwvlak en de bestemming 'Wonen' te verkleinen en het achterste deel van het perceel een agrarische bestemming toe te kennen met een aanduiding voor hobbymatig agrarisch gebruik. Ook is een sloopverplichting voor voormalige agrarische bebouwing gekoppeld aan de ingebruikname van de nieuwe woning. De Afdeling oordeelt echter dat het plan nog steeds strijdig is met de Verordening ruimte omdat bebouwing binnen het Veen(weide)landschap is toegestaan zonder geldige afwijking.
De beroepen van andere appellanten tegen het gewijzigde plan zijn niet-ontvankelijk omdat zij geen beroep hadden ingesteld tegen het oorspronkelijke besluit en niet aannemelijk is dat zij door het gewijzigde besluit in een nadeligere positie zijn gebracht. De Afdeling draagt de raad op het vernietigde onderdeel binnen vier weken te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan. Daarnaast wordt het betaalde griffierecht aan appellanten vergoed.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Noordeloos wordt vernietigd voor zover het bouwvlak binnen het Veen(weide)landschap ligt wegens strijd met de Verordening ruimte.