ECLI:NL:RVS:2022:954
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen uitbouw met kapsalon in Waalwijk
Appellant is eigenaar van een woning naast een perceel waar een uitbouw met een kapsalon is gebouwd. Het college van burgemeester en wethouders van Waalwijk wees het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen de uitbouw af, omdat deze vergunningvrij zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste of de uitbouw als een bijbehorend bouwwerk in achtererfgebied kan worden aangemerkt en daarmee geen omgevingsvergunning vereist is. Uit eerdere jurisprudentie en planologische regels bleek dat het gebruik van de uitbouw als kapsalon planologisch is toegestaan en functioneel verbonden is met het hoofdgebouw.
De Afdeling concludeerde dat de uitbouw voldoet aan de criteria van artikel 2, aanhef en onderdeel 3, van bijlage II van het Bor, en dat het college daarom niet bevoegd is handhavend op te treden. Gezondheidsklachten van appellant zijn niet relevant voor de vergunningplicht. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsverzoek terecht afgewezen.