ECLI:NL:RVS:2022:964
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.W. van de Gronden
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering handhaving afmeren schrootschepen in Haarlem
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem wees het verzoek van appellante om handhavend op te treden tegen het afmeren van schrootschepen door Auto-Scheepssloperij Treffers B.V. af. Appellante woont nabij de aanmeerruimte en klaagde over overtreding van de Verordening Haarlemse Wateren (VHW) en over stank- en geuroverlast door onafgedekt schroot.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de schrootschepen als tijdelijke ligplaats binnen de toegestane termijn van vier weken lagen en dat het college niet hoefde te handhaven op de ervaren overlast. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat de schepen structureel afmeren en dat het college onvoldoende onderzoek deed naar milieuschade en de toepasselijkheid van artikel 4:13 APV Pro.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende had onderzocht hoe lang en met welk doel de schepen afmeerden en dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar mogelijke overtredingen van de VHW-artikelen over overlast en milieu. Ook werd geoordeeld dat het college niet zonder meer mocht aansluiten bij de vier weken termijn voor tijdelijke ligplaatsen, omdat een wachtplaats een bijzondere vorm is met een kortere maximale ligduur. Het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze overwegingen. Het hoger beroep is gegrond verklaard en het eerdere besluit vernietigd.
Uitkomst: Het besluit van het college van B&W Haarlem om handhaving te weigeren wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.