ECLI:NL:RVS:2022:999
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vergunning voor modelvliegclub zonder vlieghoogtevoorschrift
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 10 juli 2019 een omgevingsvergunning aan Modelvliegclub Midden Nederland (MVC) voor het gebruik van een perceel als modelvliegterrein tot 1 december 2021, zonder een voorschrift over minimale vlieghoogte. Een omwonende met een rundveehouderij maakte bezwaar tegen het ontbreken van dit voorschrift, stellende dat laag overvliegende modelvliegtuigen stress veroorzaken bij zijn koeien.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit van het college, waarbij het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het college en MVC stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college voldoende onderzoek had verricht en dat het achterwege laten van het vlieghoogtevoorschrift uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening gerechtvaardigd was.
De Afdeling nam verklaringen van dierenartsen en veehouders in overweging en concludeerde dat er geen wetenschappelijke onderbouwing was voor schadelijke stressreacties bij de koeien door modelvliegen. Het beroep van de omwonende werd daarom ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het daarop gebaseerde besluit werden vernietigd, en de vergunning van 2019 bleef in stand.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan MVC. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, waarmee het geschil over het vlieghoogtevoorschrift definitief werd beslecht.
Uitkomst: De vergunning voor het gebruik van het perceel door de modelvliegclub zonder vlieghoogtevoorschrift blijft in stand; het beroep van de omwonende wordt ongegrond verklaard.