ECLI:NL:RVS:2023:104
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende bewijs identiteit en herkomst
De vreemdeling, afkomstig uit Sinjar, Irak, diende in 2015 een asielaanvraag in. De staatssecretaris wees de aanvraag in 2021 opnieuw af vanwege twijfel aan zijn identiteit, nationaliteit en herkomst, onder meer gebaseerd op een taalanalyse van TOELT en een verklaring van valsheid van identiteitsdocumenten door Bureau Documenten (BD).
De rechtbank bevestigde deze afwijzing, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde in hoger beroep vast dat de rechtbank ten onrechte de taalanalyse van TOELT als doorslaggevend gebruikte, terwijl een contra-expertise van de Taalstudio de juistheid van de taalanalyse betwistte. Ook was de afwijzing gebaseerd op een verklaring van BD over valse documenten, terwijl de Koninklijke Marechaussee het identiteitsbewijs als echt had beoordeeld, zonder dat de staatssecretaris deze tegenstrijdigheid voldoende had gemotiveerd.
De Afdeling oordeelde dat de taalanalyse geen bruikbaar hulpmiddel was voor de beoordeling van de herkomst en dat de staatssecretaris het zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden door de vreemdeling niet in de gelegenheid te stellen te reageren op het laatste weerwoord van TOELT. Daarom werd het besluit vernietigd en moest de staatssecretaris een nieuw besluit nemen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van 10 maart 2021 tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.