ECLI:NL:RVS:2023:1159
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak en afwijzing beroep tegen omgevingsvergunning Kattenbrug Groningen
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen verleende op 12 juli 2019 een omgevingsvergunning voor de bouw van de Kattenbrug, een brug die het Gedempte Kattendiep met het Schuitendiep verbindt als onderdeel van een nieuwe busroute. Appellant, eigenaar van een pand tegenover de bruglocatie, betwistte de vergunning omdat hij meent dat de brug in strijd is met het bestemmingsplan en onvoldoende rekening is gehouden met het beschermd stadsgezicht.
De rechtbank Noord-Nederland vernietigde het besluit van 12 juli 2019 wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in hoger beroep vast dat de brug niet past binnen het bestemmingsplan omdat de aanduiding 'verkeer' ontbreekt op de locatie, waardoor het gebruik voor verkeer niet is toegestaan. De Afdeling vernietigde daarom de rechtbankuitspraak voor zover de rechtsgevolgen in stand werden gelaten.
De gemeente vroeg vervolgens nieuwe vergunningen aan, waaronder een vergunning van 27 augustus 2021 die afwijkt van het bestemmingsplan. Dit besluit werd aangevochten, maar de Afdeling verklaarde het beroep ongegrond. De ruimtelijke onderbouwing en adviezen van onder meer de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed werden als toereikend beoordeeld. Ook klachten over geluid en trillingen werden verworpen. Het beroep tegen een eerdere vergunning van 2 juni 2021 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.
De Afdeling gelastte tevens vergoeding van het betaalde griffierecht aan appellant en sprak het vonnis uit op 22 maart 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de rechtbankuitspraak vernietigd en het beroep tegen de nieuwe vergunning ongegrond verklaard.