ECLI:NL:RVS:2023:1179
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel na beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 1 december 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep bij uitspraak van 24 januari 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. In het hoger beroep werd onder meer aangevoerd dat nieuw beleid in Cyprus kan leiden tot intrekking van de verblijfsvergunning van statushouders bij langdurig verblijf in het buitenland.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn status daadwerkelijk is ingetrokken of dat hij geen aanvraag kan indienen om die status te herstellen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbetering van gronden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.