ECLI:NL:RVS:2023:121
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake machtiging tot voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 21 april 2017 een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen. Na bezwaar en beroep heeft de rechtbank op 1 december 2022 het besluit van de staatssecretaris vernietigd en hem opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat uitvoering van de uitspraak van de rechtbank geen onherstelbare gevolgen heeft en geen onevenredige inspanning vergt van de staatssecretaris. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.