ECLI:NL:RVS:2023:1230
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen executoriaal beslag deurwaarder
Op 3 februari 2020 heeft Flanderijn deurwaarderskantoor executoriaal beslag gelegd op de bankrekening van appellant. Na betaling van de openstaande rekening werd het beslag op 10 februari 2020 opgeheven. Appellant maakte bezwaar tegen het beslag, maar Flanderijn verklaarde zich onbevoegd om dit bezwaar te behandelen omdat de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet van toepassing zou zijn op ambtshandelingen van gerechtsdeurwaarders.
De rechtbank oordeelde echter dat het deurwaarderskantoor als bestuursorgaan moet worden beschouwd voor deze ambtshandelingen en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank artikel 8:4, vierde lid, onder b, Awb buiten toepassing had moeten laten vanwege strijd met Europees recht, omdat de civiele rechtsgang niet effectief zou zijn door hoge kosten.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. Het beslag is een ambtshandeling en valt onder het bestuursrecht, maar tegen beslaglegging staat geen beroep open bij de bestuursrechter. De civiele procedure wordt als passend en voorzien van voldoende rechtswaarborgen gezien. Appellant heeft onvoldoende onderbouwd dat de kosten een onoverkomelijk obstakel vormen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen het executoriaal beslag bevestigd.