ECLI:NL:RVS:2023:1263
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 februari 2021 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de beoordeling van de grieven nader onderzoek vergt en dat de procedure zich niet goed leent voor een inhoudelijke beoordeling. Gezien de belangen van beide partijen werd besloten een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.