ECLI:NL:RVS:2023:1288
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 juni 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 23 december 2021 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 februari 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Echter, in het hoger beroep werd niet toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, waardoor de Afdeling geen inhoudelijk oordeel kon geven.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en hoefde de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van H.G. Sevenster op 31 maart 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gemotiveerd betoog.