ECLI:NL:RVS:2023:1309

Raad van State

Datum uitspraak
4 april 2023
Publicatiedatum
4 april 2023
Zaaknummer
202301617/2/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening inzake ingangsdatum verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verleende op 20 april 2022 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met ingang van 8 september 2020. Na een verzoek tot heroverweging dat werd afgewezen, stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank. De rechtbank vernietigde het besluit tot afwijzing en stelde de ingangsdatum van de vergunning op 29 november 2016.

De staatssecretaris ging tegen deze uitspraak in hoger beroep en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de gewijzigde ingangsdatum al in werking zou treden. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en besloot daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen.

Hierdoor hoeft de staatssecretaris geen uitvoering te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.

Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de gewijzigde ingangsdatum van de verblijfsvergunning niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

202301617/2/V2.
Datum uitspraak: 4 april 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 15 februari 2023 in zaak nr. NL22.16920 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 20 april 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, met ingang van 8 september 2020 ingewilligd.
Bij besluit van 2 augustus 2022 heeft de staatssecretaris een verzoek om bestuurlijke heroverweging van het besluit van 20 april 2022 afgewezen.
Bij uitspraak van 15 februari 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 2 augustus 2022 vernietigd en bepaald dat de ingangsdatum van de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt gesteld op 29 november 2016 en dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De staatssecretaris verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat de door de rechtbank vastgestelde ingangsdatum van de verleende vergunning nog niet in werking treedt totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
2.       Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft. Daarom en gelet op de belangen die de staatssecretaris en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, treft hij een voorlopige voorziening.
3.       De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Iedema, griffier.
w.g. Drop
voorzieningenrechter
w.g. Iedema
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 april 2023
915