ECLI:NL:RVS:2023:1399
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 april 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsdocument als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 17 september 2021 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de ambtshalve beoordeling in het kader van artikel 8 EVRM Pro betrof, waarna de staatssecretaris werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verklaarde het bezwaar bij besluit van 2 februari 2023 opnieuw ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat er geen spoedeisend belang was en wees het verzoek af.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd op 7 april 2023 in het openbaar uitgesproken door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.