ECLI:NL:RVS:2023:14
Raad van State
- Verschoning
- E.A. Minderhoud
- C.H.M. van Altena
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning van raadsheer wegens mogelijke partijdigheid
In deze zaak heeft mr. H.C.P. Venema, voorzitter van de meervoudige kamer belast met de behandeling van zaak nr. 202103528/1/R4, op 3 januari 2023 verzocht zich te mogen verschonen. Dit verzoek werd ingediend voorafgaand aan de zitting die gepland stond op 10 januari 2023.
De reden voor het verzoek tot verschoning was dat een van de partijen in de zaak een raadsheer is in de Centrale Raad van Beroep, terwijl de verzoeker zelf raadsheer-plaatsvervanger is binnen hetzelfde rechterlijk college. Om iedere schijn van vooringenomenheid te voorkomen, achtte de verzoeker het wenselijk zich terug te trekken.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek zorgvuldig beoordeeld aan de hand van artikel 8:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en de daarin genoemde criteria omtrent rechterlijke onpartijdigheid. Gezien de motivering achtte de Afdeling het verzoek tot verschoning gerechtvaardigd en wees dit toe.
De beslissing werd genomen door voorzitter E.A. Minderhoud en leden C.H.M. van Altena en H.G. Sevenster, in aanwezigheid van griffier N. Tibold, en uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2023.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van mr. H.C.P. Venema wordt toegewezen vanwege mogelijke schending van het onpartijdigheidsbeginsel.