ECLI:NL:RVS:2023:1459
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over afwijzing restitutie verbeurde dwangsommen herplantplicht
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland legde aan appellant een last onder dwangsom op wegens het niet voldoen aan een herplantplicht. Na verbeuren en invordering van dwangsommen verzocht appellant om restitutie, wat door het college werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tegen de afwijzing niet-ontvankelijk was en wees het beroep deels toe door het besluit op bezwaar te vernietigen en het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk te verklaren.
Appellant stelde in hoger beroep dat de dwangsommen gerestitueerd moesten worden en dat hij recht had op vergoeding van proces- en verletkosten. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de brief van 3 december 2019 geen besluit in de zin van de Awb was en dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk had verklaard. Verder was appellant onvoldoende onderbouwd in zijn verzoek om vergoeding van verletkosten.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep ongegrond en bepaalde dat het college geen proceskosten hoeft te vergoeden. Het onderzoek ter zitting werd gesloten met toestemming van partijen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.