ECLI:NL:RVS:2023:1463

Raad van State

Datum uitspraak
17 april 2023
Publicatiedatum
13 april 2023
Zaaknummer
202301956/1/V3 en 202301956/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 85 Vw 2000Art. 92 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 21 november 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 24 maart 2023 ongegrond verklaarde.

De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling constateerde echter dat het hoger beroep niet gericht was tegen de uitspraak van de rechtbank en dat de vreemdeling niet had toegelicht waarom deze uitspraak onjuist zou zijn.

Daarom kon de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoefde te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.

Uitspraak

202301956/1/V3 en 202301956/2/V3.
Datum uitspraak: 17 april 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling]
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 24 maart 2023 in zaak nr. NL22.23775 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 21 november 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 24 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E. El-Sharkawi, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van Pro de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
II.       wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. Sevenster
voorzieningenrechter
w.g. Van de Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2023
347-959