ECLI:NL:RVS:2023:15

Raad van State

Datum uitspraak
4 januari 2023
Publicatiedatum
4 januari 2023
Zaaknummer
202103647/2/R4
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verschoning
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:19 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning van staatsraad wegens mogelijke partijdigheid

In deze zaak heeft mr. H.C.P. Venema, als voorzitter van de meervoudige kamer belast met de behandeling van zaak nr. 202103647/1/R4, op 3 januari 2023 verzocht zich te mogen verschonen. Dit verzoek is gedaan voorafgaand aan de zitting die gepland stond op 10 januari 2023.

De grondslag voor het verzoek is gelegen in artikel 8:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat rechters de mogelijkheid biedt zich te verschonen op basis van feiten en omstandigheden die de onpartijdigheid kunnen schaden, zoals nader omschreven in artikel 8:15 Awb Pro. De staatsraad heeft aangegeven dat een van de partijen in de zaak raadsheer is bij de Centrale Raad van Beroep, terwijl hijzelf raadsheer-plaatsvervanger is in hetzelfde rechterlijk college, waardoor de schijn van vooringenomenheid kan ontstaan.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek zorgvuldig beoordeeld en acht de motivering voldoende om het verzoek tot verschoning toe te wijzen. Hiermee wordt de onpartijdigheid van de rechterlijke behandeling gewaarborgd. De beslissing is op 4 januari 2023 in het openbaar uitgesproken door voorzitter E.A. Minderhoud en leden C.H.M. van Altena en H.G. Sevenster, in aanwezigheid van griffier N. Tibold.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van mr. H.C.P. Venema wordt toegewezen wegens mogelijke schending van onpartijdigheid.

Uitspraak

202103647/2/R4.
Datum beslissing: 4 januari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op het verzoek om verschoning (ex artikel 8:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht: hierna: de Awb) van:
mr. H.C.P. Venema.
Procesverloop
Ten aanzien van zaak nr. 202103647/1/R4, die op 10 januari 2023 op zitting zal worden behandeld, heeft mr. H.C.P. Venema (hierna: de staatsraad), als voorzitter van de meervoudige kamer belast met de behandeling van deze zaak, op 3 januari 2023 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen.
Overwegingen
1.       Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Awb kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 van Pro de Awb, elk van de rechters die een zaak behandelt, verzoeken zich te mogen verschonen.
2.       In artikel 8:15 van Pro de Awb is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.       De staatsraad heeft te kennen gegeven dat hij bij de voorbereiding van deze zaak heeft geconstateerd dat [partij] een van de partijen is. Zij is raadsheer in de Centrale Raad van Beroep. De staatsraad is raadsheer-plaatsvervanger in dit rechterlijk college. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van deze zaak te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.
4.       De Afdeling acht, gezien deze motivering, inwilliging van het verzoek gerechtvaardigd.
5.       Gelet op het vorenstaande wordt het verzoek toegewezen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena en mr. H.G. Sevenster, leden, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
w.g. Minderhoud
voorzitter
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2023
853