ECLI:NL:RVS:2023:1541
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kapvergunning eenstammige esdoorn en vergunning tweestammige esdoorn
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 10 december 2018 een omgevingsvergunning voor het vellen van twee esdoorns op het perceel van appellant. Na bezwaar werd de vergunning voor de eenstammige esdoorn geweigerd en voor de tweestammige esdoorn gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de weigering ongegrond en vernietigde het besluit voor de tweestammige esdoorn vanwege het ontbreken van een belangenafweging.
Het college nam een nieuw besluit waarbij het bezwaar van omwonenden ongegrond werd verklaard en de vergunning voor de tweestammige esdoorn werd bevestigd. Appellant en omwonenden stelden gronden aan de orde in hoger beroep en beroep van rechtswege. De Raad van State oordeelde dat het college terecht het belang van appellant en omwonenden heeft afgewogen en dat de metingen en adviezen over de afstand tot de erfgrens en de staat van de bomen juist zijn.
De Raad van State bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank dat de eenstammige esdoorn niet mag worden gekapt en verklaart het beroep van omwonenden tegen het besluit van 3 november 2021 ongegrond, waarmee de kap van de tweestammige esdoorn is toegestaan.
Uitkomst: De weigering van de kapvergunning voor de eenstammige esdoorn wordt bevestigd en de vergunning voor de tweestammige esdoorn wordt gehandhaafd.