ECLI:NL:RVS:2023:1564
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitvoering rechtbankuitspraak omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe had een omgevingsvergunning verleend voor het aanpassen van een bouwtekening van een bedrijfsgebouw. Tegen dit besluit maakten twee wederpartijen bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de wederpartijen gegrond en vernietigde het besluit van het college, met de opdracht om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat het niet hoefde te voldoen aan de rechtbankuitspraak totdat de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak zou doen op het hoger beroep. De voorzieningenrechter oordeelde dat rechterlijke uitspraken in principe uitgevoerd moeten worden en dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat uitvoering onherstelbare gevolgen zou hebben.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Het college werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de wederpartijen. De uitspraak benadrukt het belang van een efficiënte en finale geschilbeslechting en dat het college het nieuwe besluit kan nemen onder behoud van haar standpunt in hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het college moet de proceskosten vergoeden.