ECLI:NL:RVS:2023:1627
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbende bij omgevingsvergunning voor legalisering bouwwerken nabij monumentaal kerkhof
Het college van burgemeester en wethouders van Het Hogeland verleende op 22 juni 2020 een omgevingsvergunning aan vergunninghouder voor het legaliseren van een erfafscheiding, een veranda en een berging op een perceel in Winsum. Appellant, wonende op ongeveer een kilometer afstand, maakte bezwaar tegen deze vergunning omdat hij vond dat de bouwwerken het monumentale kerkhof aantasten. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbende status, een oordeel dat door de rechtbank werd bevestigd.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel belanghebbende is, mede vanwege zijn lidmaatschap van de Historische Vereniging Winsum-Obergum en verwees naar het Verdrag van Aarhus. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat appellant geen persoonlijk en rechtstreeks belang heeft dat zich onderscheidt van willekeurige anderen, mede vanwege de afstand tot het perceel en het ontbreken van zicht op de bouwwerken vanuit zijn woning. Het lidmaatschap van de vereniging geeft geen ander belang.
Verder werd geoordeeld dat het besluit niet onder het Verdrag van Aarhus valt omdat het niet gaat om een activiteit met aanzienlijke milieueffecten. Ook mocht het college het horen van appellant achterwege laten omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard omdat appellant geen belanghebbende is bij de omgevingsvergunning.