ECLI:NL:RVS:2023:1636
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CBR opleggen rijgeschiktheidsonderzoek wegens ondeugdelijke motivering
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde aan appellante een onderzoek naar haar rijgeschiktheid op naar aanleiding van een politierapport over haar rijgedrag. Appellante betwistte de waarnemingen en maakte bezwaar tegen het onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak.
De Afdeling oordeelt dat het CBR onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de gedragingen in het politierapport een vermoeden van geestelijke ongeschiktheid rechtvaardigen. Het CBR heeft niet gespecificeerd welke gedragingen uit de bijlage bij de Regeling ten grondslag liggen en heeft niet onderbouwd waarom deze gedragingen het gevolg zouden zijn van onvoldoende geestelijke geschiktheid en niet van een misverstand.
Daarmee is het besluit van het CBR ondeugdelijk gemotiveerd en had het niet mogen worden genomen. De Afdeling vernietigt het besluit en treedt zelf in de plaats van het vernietigde besluit. Tevens veroordeelt zij het CBR tot vergoeding van de kosten van het onderzoek, proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van het CBR tot oplegging van het rijgeschiktheidsonderzoek wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en het CBR wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten en proceskosten.