ECLI:NL:RVS:2023:1637
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huurtoeslag en terugvordering voorschotten 2019
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 31 december 2020 definitief vast dat appellant over 2019 geen aanspraak heeft op huurtoeslag en vorderde €3.990,- terug aan reeds uitbetaalde voorschotten. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde maar het griffierecht aan appellant vergoedde.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de rechtbank onjuist had geoordeeld, met name over de motivering van het besluit en de proceskostenvergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de rechtbank gemotiveerd en juist heeft beslist.
De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden aanvoerde die het oordeel van de rechtbank onjuist of onvolledig maken. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het beroep ongegrond is ondanks erkenning van gebrekkige motivering. Ook wees de Raad het verzoek tot vergoeding van overige proceskosten af, omdat appellant deze niet tijdig en gespecificeerd had ingediend.
De Afdeling bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De Belastingdienst/Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.