ECLI:NL:RVS:2023:1638
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening huur- en zorgtoeslag wegens vermogen in het buitenland
De Belastingdienst/Toeslagen heeft de huurtoeslag over 2015-2019 en de zorgtoeslag over 2017-2019 voor appellant herzien en vastgesteld op nihil, omdat uit inkomensgegevens bleek dat appellant vermogen in Spanje bezit dat boven de vermogensgrens ligt. Tevens werd de te veel betaalde toeslag teruggevorderd.
De rechtbank Midden-Nederland heeft deze herziening en terugvordering bevestigd, stellende dat de gewijzigde inkomensgegevens door de inspecteur van de Belastingdienst juist zijn vastgesteld en dat appellant hierdoor niet langer recht heeft op toeslagen. De rechtbank achtte de volledige terugvordering niet onevenredig.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de uitspraak onjuist en gebrekkig gemotiveerd was en verwees naar lopende procedures tegen navorderingsaanslagen. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter dat de Belastingdienst/Toeslagen mag uitgaan van de door de inspecteur vastgestelde inkomensgegevens en dat de beoordeling van de juistheid van die vaststelling niet in deze procedure thuishoort.
De Afdeling bevestigt daarom het bestreden vonnis en verklaart het hoger beroep ongegrond. Tevens hoeft de Belastingdienst/Toeslagen geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de huur- en zorgtoeslag worden bevestigd.