ECLI:NL:RVS:2023:1649
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering subsidie wegens niet-subsidiabele softwarelicentiekosten
De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking stelde de subsidie aan Payplaza voor het project 'Cloud base Payment Management System' vast op een lager bedrag dan aanvankelijk toegekend, omdat Payplaza minder subsidiabele softwarekosten had opgevoerd dan begroot. De minister vorderde een bedrag aan onverschuldigd betaalde voorschotten terug. Payplaza maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de subsidiebesluiten, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Payplaza stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de kosten voor softwarelicenties niet als subsidiabel had aangemerkt, omdat het volgens haar ging om gebruikslicenties en niet om juridische licentiekosten. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank een juiste uitleg had gegeven van het begrip licentiekosten in de DHI-regeling en dat het gebruik van softwarelicenties niet subsidiabel is.
Daarnaast verwierp de Raad van State een nieuw betoog van Payplaza over strijd met de Algemene wet bestuursrecht wegens te late indiening, wat de goede procesorde zou schenden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van Payplaza wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.