ECLI:NL:RVS:2023:1656
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing ligplaatsvergunning woonschip Groningen met betrekking tot maatvoering en brandveiligheid
Het geschil betreft een ligplaatsvergunning voor een woonschip in de Woonschepenhaven te Groningen, waarbij de maatvoeringseis van maximaal 5 meter hoogte boven de waterlijn centraal staat. Het college verleende aanvankelijk vergunning, maar weigerde deze later na bezwaar van een naastgelegen woonschipbewoner. De rechtbank stelde het college in het gelijk over de maatvoering, maar vernietigde de motivering.
Na hernieuwde metingen en een deskundigenbericht van de STAB concludeerde het college dat de overschrijding van de hoogte-eis gering is (gemiddeld 5 cm, 1%) en dat periodiek baggeren verdere overschrijding kan voorkomen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat deze bevindingen juist zijn en dat de vergunning terecht is verleend.
Daarnaast werd het brandveiligheidsaspect besproken, waarbij de afstand tussen de woonschepen iets minder dan 5 meter bedraagt. De Veiligheidsregio Groningen adviseerde dat de afstand tussen opgaande gevels bepalend is, en de Afdeling sluit zich hierbij aan, waardoor het brandveiligheidsvereiste ook is gewaarborgd.
Het hoger beroep van appellant is niet-ontvankelijk omdat het beoogde resultaat al is bereikt, en het beroep van partij wordt ongegrond verklaard. De ligplaatsvergunning blijft daarmee definitief van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant is niet-ontvankelijk en het beroep van partij ongegrond verklaard, waardoor de ligplaatsvergunning in stand blijft.