ECLI:NL:RVS:2023:1660
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering omgevingsvergunning voor uitbreiding geitenhouderij in Beesd
Het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe weigerde op 14 november 2019 een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een bedrijf in Beesd met het houden van opfokgeiten. De rechtbank Gelderland vernietigde dit besluit omdat het college ten onrechte de aanvraag beoordeelde alsof er ook een vergunning voor planologisch strijdig gebruik werd gevraagd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt het hoger beroep tegen deze uitspraak en het besluit van het college om de aanvraag buiten behandeling te stellen.
De kern van het geschil betreft de uitleg en toepassing van artikel 2.34 van de Omgevingsverordening Gelderland 2018, dat een verbod inhoudt op het vestigen of uitbreiden van geitenhouderijen na 30 augustus 2017, met uitzondering van bestaande geitenhouderijen die vóór die datum waren toegestaan. De appellant stelde dat haar geitenhouderij al bestond vóór het verbod en dat de latere melding in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer geen invloed heeft op de ruimtelijke beoordeling.
De Raad van State oordeelt dat het verbod inderdaad niet ziet op bestaande geitenhouderijen die vóór het verbod waren toegestaan, maar dat de aanvraag betrekking heeft op een uitbreiding van het aantal geiten van 503 naar 600, wat niet is toegestaan. De uitzondering op het verbod geldt alleen indien vóór 30 augustus 2017 een ontvankelijke melding of vergunningaanvraag is ingediend, wat hier niet het geval is. Het beroep op onverbindendheid van artikel 2.34 wordt verworpen. Het besluit van 5 augustus 2021 om de aanvraag buiten behandeling te stellen blijft in stand en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen het besluit tot buiten behandeling stellen worden ongegrond verklaard.