ECLI:NL:RVS:2023:1666
Raad van State
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen staatsraad wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker heeft bij de Raad van State een wrakingsverzoek ingediend tegen staatsraad S.F.M. Wortmann, die als voorzieningenrechter belast was met de behandeling van zijn zaak. Verzoeker stelde dat het handelen van de staatsraad in de aanloop naar en tijdens de zitting van 20 april 2023 de vrees voor partijdigheid en vooringenomenheid wekte, waardoor geen eerlijk proces zou zijn gewaarborgd.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en onderzocht of er feiten en omstandigheden waren die de rechterlijke onpartijdigheid konden schaden. Verzoeker voerde onder meer aan dat zijn verzoeken om een eerdere zitting waren afgewezen zonder voldoende motivering, dat hij onvoldoende gelegenheid kreeg om te reageren op schriftelijke en mondelinge uitlatingen van de burgemeester tijdens de zitting, en dat de staatsraad partijdig zou zijn door te suggereren dat hij in gesprek moest gaan met andere betrokkenen.
De wrakingskamer oordeelde dat de afwijzing van verzoeken om een eerdere zitting te plannen een procesuele beslissing is die niet zonder meer aanleiding geeft tot wraking. Ook was gebleken dat verzoeker voldoende gelegenheid had gekregen om zijn standpunten mondeling toe te lichten. De suggestie van de staatsraad om in gesprek te gaan met andere betrokkenen werd niet als partijdig beschouwd. Gelet op het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid werd het wrakingsverzoek afgewezen.
De beslissing werd genomen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij de voorzitter en leden het verzoek unaniem afwezen. Het vonnis werd uitgesproken op 26 april 2023.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen staatsraad Wortmann wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.