ECLI:NL:RVS:2023:167
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- H.J.M. Baldinger
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Westmade-Noord wegens onvoldoende stikstofmotivering
De raad van de gemeente Westland stelde op 26 mei 2020 het bestemmingsplan Westmade-Noord vast, dat de ontwikkeling van circa 500 woningen mogelijk maakt. Appellanten betwistten dit plan, met name vanwege onvoldoende onderzoek en motivering omtrent de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden.
In een tussenuitspraak van 6 juli 2022 stelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vast dat de raad gebreken vertoonde in de onderbouwing van de referentiesituatie en de emissies van glastuinbouwbedrijven. De raad kreeg de opdracht deze gebreken binnen 16 weken te herstellen. De raad leverde een aanvullende motivering en een nieuw rapport van Antea Group, waarin werd geconcludeerd dat het plan geen toename van stikstofdepositie veroorzaakt.
De Afdeling beoordeelde de aanvullende motivering en de zienswijzen van appellanten. Zij oordeelde dat de raad aannemelijk had gemaakt dat de zes extra glastuinbouwbedrijven in de referentiesituatie mochten worden betrokken en dat de aannames over koude en warme teelt reëel waren. Ook werd vastgesteld dat het plan geen significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden en dat er geen verplichting tot milieueffectrapportage bestond.
Desondanks vernietigt de Afdeling het besluit van 26 mei 2020 wegens de geconstateerde gebreken, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De raad wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan diverse appellanten.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Westmade-Noord wordt vernietigd wegens onvoldoende stikstofmotivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.