Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2023:1676

Raad van State

Datum uitspraak
1 mei 2023
Publicatiedatum
1 mei 2023
Zaaknummer
202302217/2/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen invordering eigen bijdrage opvang vreemdeling

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) stelde bij besluit van 22 augustus 2022 de eigen bijdrage van de vreemdeling in de kosten van opvang vast op €2.415,16. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 9 maart 2023 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de invordering van de eigen bijdrage tijdens de beroepsprocedure wordt geschorst.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de invordering van de eigen bijdrage geschorst dient te worden totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd het COa veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit een bedrag van €837,00 voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Deze uitspraak betreft een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de belangen van de vreemdeling worden gewogen tegen het belang van het COa. De schorsing voorkomt onomkeerbare financiële gevolgen voor de vreemdeling tijdens de procedure.

Uitkomst: De invordering van de eigen bijdrage van €2.415,16 wordt geschorst totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

202302217/2/V1.
Datum uitspraak: 1 mei 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 9 maart 2023 in zaak nr. 22/5323 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa).
Procesverloop
Bij besluit van 22 augustus 2022 heeft het COa de definitieve hoogte van de eigen bijdrage van de vreemdeling in de kosten van de opvang vastgesteld op € 2.415,16.
Bij uitspraak van 9 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat invordering van de eigen bijdrage niet mag plaatsvinden zolang het hoger beroep loopt.
2.       Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3.       Het COa moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de werking van het besluit van het COa van 22 augustus 2022, 200223173-1 bs-1/22-08-2022, wordt geschorst, totdat op het door de vreemdeling ingestelde hoger beroep is beslist;
II.       veroordeelt het COa tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 837,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, griffier.
w.g. Bijloos
voorzieningenrechter
w.g. De Groot
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2023
210