ECLI:NL:RVS:2023:1678
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 6 maart 2023 besloten om een asielaanvraag van een vreemdeling niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 april 2023 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren zolang het hoger beroep nog niet was beslist. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de procedure voor een voorlopige voorziening passend is.
Daarom werd besloten dat de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. De voorzieningenrechter legde de proceskosten niet bij de staatssecretaris neer. De uitspraak werd op 1 mei 2023 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.