ECLI:NL:RVS:2023:1711
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitschrijving uit basisregistratie personen na zorgvuldig adresonderzoek
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft appellant per 25 februari 2020 uitgeschreven uit de basisregistratie personen (brp). Appellant maakte bezwaar tegen deze uitschrijving, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het adresonderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd en dat niet was voldaan aan de drie criteria van artikel 2.22, eerste lid, van de Wet brp. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college het adresonderzoek zorgvuldig heeft uitgevoerd, waarbij interne en externe bronnen zijn geraadpleegd en een huisbezoek is afgelegd waarbij appellant niet werd aangetroffen. Ook heeft appellant geen wijziging van adres doorgegeven en geen gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid om zijn verblijf in de woning aannemelijk te maken.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitschrijving uit de brp blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitschrijving uit de basisregistratie personen blijft in stand.