ECLI:NL:RVS:2023:1720
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.P. Vermeulen
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning woningvorming wegens onjuiste bestemming woonruimte
Het college van burgemeester en wethouders van Purmerend verleende op 19 januari 2021 een vergunning voor het vormen van vier zelfstandige woonruimten in een pand waarvan appellant eigenaar is. Appellant had op 7 oktober 2020 een vergunning aangevraagd voor het verbouwen van een zelfstandige woonruimte tot vier zelfstandige woonruimten. Omwonenden maakten bezwaar tegen het besluit, met name vanwege overlast en oppervlakte-eisen. De rechtbank vernietigde het besluit van het college en gaf opdracht tot hernieuwde besluitvorming.
In het daaropvolgende besluit handhaafde het college de vergunning, waarop appellant hoger beroep instelde. Appellant stelde dat het gehele pand feitelijk als kantoor werd gebruikt en dat voor de omzetting van kantoorruimte naar woonruimte geen vergunning vereist is. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het pand niet meer als woonruimte bestemd of geschikt was, maar feitelijk kantoorruimte, wat werd onderbouwd met verklaringen, foto’s en belastingaanslagen.
De Afdeling vernietigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het college opdroeg opnieuw te beslissen. De woningvormingsvergunning komt te vervallen omdat deze niet vereist was. De Afdeling bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De vergunning voor woningvorming wordt herroepen omdat het pand feitelijk kantoorruimte was en geen vergunning behoefde.