ECLI:NL:RVS:2023:1731
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestemmingsplan Rheden-Haveland 2019 met uitsterfregeling voor woningen op bedrijventerrein
De gemeenteraad van Rheden stelde op 23 november 2021 het bestemmingsplan Rheden-Haveland 2019 vast, waarin het geluidgezoneerde bedrijventerrein Haveland en omliggende percelen zijn opgenomen. Zowel een individuele bewoner als woningcorporatie Vivare, eigenaar van twintig sociale huurwoningen, stelden beroep in tegen het plan omdat hun woningen de bestemming 'Bedrijventerrein' met een uitsterfregeling kregen in plaats van een woonbestemming.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het historisch onderzoek niet ten grondslag ligt aan het besluit en dat de raad beleidsvrijheid heeft bij het aanwijzen van bestemmingen. De uitsterfregeling is geen overgangsrecht en is toegestaan. De regeling is uitvoerbaar en niet ondeugdelijk, ook al bevat deze geen einddatum. De woningen vallen niet onder de geluidszone van de Wet geluidhinder, waardoor geen extra bescherming geldt.
De raad heeft de belangen zorgvuldig afgewogen, waarbij het behoud van het bedrijventerrein en de geluidszonering met het oog op werkgelegenheid en bedrijfsvoering zwaarder wegen dan het toekennen van een woonbestemming. De raad heeft ook gemotiveerd waarom uitkoop van woningen niet wenselijk is. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan Rheden-Haveland 2019 worden ongegrond verklaard.