ECLI:NL:RVS:2023:1805
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling en afwijzing voorlopige voorziening
Bij besluit van 2 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter overwoog dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de staatssecretaris alle relevante individuele feiten en omstandigheden had betrokken, waaronder de asielwens van de vreemdeling en het ontbreken van bijzondere individuele omstandigheden die de maatregel onevenredig bezwarend maken.
Verder is vastgesteld dat het feit dat de vreemdeling zich op Nederlands grondgebied bevindt niet betekent dat hem toegang is verleend; de maatregel stelt het besluit over toegang uit. Het hoger beroep bevatte geen vragen die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.