ECLI:NL:RVS:2023:1851
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Raad van State vernietigt besluit burgemeester over handhaving woonoverlast en huisverbod
Verzoeker woont sinds 2014 in een pand te Amersfoort en ondervindt sinds 2020 hinder van een medebewoner die hem bedreigt, scheldt en spullen vernielt. Verzoeker vermoedt ook drugshandel en ervaart onvoldoende steun van huisbaas en politie. Hij wendde zich tot de burgemeester met het verzoek om maatregelen.
De burgemeester reageerde per e-mail dat de politie verantwoordelijk is voor strafrechtelijke handhaving en verwees verzoeker door, waarna hij het bezwaar tegen deze e-mail niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees het beroep af, stellende dat de burgemeester geen bevoegdheid heeft in deze situatie.
De Raad van State oordeelt echter dat de burgemeester wel degelijk bevoegdheid kan hebben op grond van artikel 125 Gemeentewet Pro en de Wet tijdelijk huisverbod om handhavend op te treden. De e-mail van de burgemeester is een besluit waartegen bezwaar mogelijk is. De Raad vernietigt het besluit van de burgemeester en de uitspraak van de rechtbank en draagt de burgemeester op een nieuw besluit te nemen na nader onderzoek naar de feitelijke situatie.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af en veroordeelt de burgemeester tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak wordt terugverwezen voor een inhoudelijke beoordeling van het handhavingsverzoek.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het besluit van de burgemeester en draagt op tot een nieuw besluit na nader onderzoek.