Uitspraak
Datum uitspraak: 12 mei 2023
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzieningenrechter
griffier
Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 17 september 2020 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan af te geven afgewezen. Tevens werd de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning niet verlengd. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de staatssecretaris ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris om een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en dat de belangen van beide partijen in aanmerking genomen moesten worden.
Daarom werd de voorlopige voorziening getroffen dat de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 12 mei 2023 door voorzieningenrechter B. Meijer.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.