ECLI:NL:RVS:2023:1934
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen schrappen afwijkingsbevoegdheid pluktuin in bestemmingsplan Texel
Het landbouwbedrijf exploiteert sinds 2014 een pluktuin op een perceel in Texel met de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Het college verleende echter nooit een onherroepelijke omgevingsvergunning voor dit gebruik. In het bestemmingsplan 'Tweede Reparatieplan Den Hoorn' is de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voor extensief dagrecreatief en educatief medegebruik geschrapt, waardoor het college geen vergunningen meer kan verlenen voor de pluktuin.
Het landbouwbedrijf stelde dat het schrappen van deze bevoegdheid onterecht en onvoldoende gemotiveerd was, verwijzend naar eerdere beleidsnota's en moties die medegebruik aanmoedigden. De Afdeling oordeelde dat de raad voldoende heeft gemotiveerd dat het schrappen noodzakelijk is vanwege verrommeling en bescherming van het beschermd dorpsgezicht, en dat eerdere beleidsdocumenten dit niet in de weg staan.
Verder stelde het landbouwbedrijf dat het gebruik van de pluktuin in 2014 vergunningvrij was en dat het schrappen van de afwijkingsbevoegdheid onevenredig is. De Afdeling stelde vast dat het gebruik destijds niet vergunningvrij was en dat er nooit een onherroepelijke vergunning is verleend. De belangenafweging door de raad werd als zorgvuldig en evenredig beoordeeld.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Hiermee blijft het schrappen van de afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan in stand, waardoor het landbouwbedrijf geen vergunning meer kan verkrijgen voor de pluktuin op het betreffende perceel.
Uitkomst: Het beroep van het landbouwbedrijf tegen het schrappen van de afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan is ongegrond verklaard.