ECLI:NL:RVS:2023:1950
Raad van State
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen staatsraad wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft bij brief verzocht om wraking van staatsraad N. Verheij, die belast was met de behandeling van zijn zaak, omdat hij zijn verzoek om uitstel van de zitting had afgewezen. Verzoeker stelde dat het dossier incompleet was door het ontbreken van nieuwe besluiten van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waardoor een eerlijk proces niet mogelijk zou zijn. Volgens verzoeker getuigde het afwijzen van het uitstelverzoek van vooringenomenheid en partijdigheid.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld tijdens een zitting waarbij verzoeker via videoverbinding is gehoord, terwijl de staatsraad geen gebruik maakte van het recht om te worden gehoord. De kamer heeft overwogen dat een staatsraad wordt verondersteld onpartijdig te zijn en dat het aan verzoeker is om aannemelijk te maken dat bijzondere omstandigheden een uitzondering op deze veronderstelling rechtvaardigen.
De wrakingskamer oordeelde dat het betoog van verzoeker vooral betrekking had op een processuele beslissing over de toelating van stukken, welke niet ter beoordeling staat in een wrakingsprocedure. Er was geen zwaarwegende aanwijzing dat de staatsraad partijdig of vooringenomen was. De beslissing over toelating van stukken is nog niet definitief en verzoeker kan dit op de zitting toelichten. Het verzoek om wraking is daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de staatsraad is afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid of partijdigheid.