ECLI:NL:RVS:2023:1960
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verwijderingsbesluit gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 30 maart 2020 vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan meer heeft en hem opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit verwijderingsbesluit, dat bij besluit van 10 december 2021 ongegrond werd verklaard.
De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep op 10 maart 2023 niet-ontvankelijk verklaarde voor zover het verwijderingsbesluit betreft en voor het overige ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet zou worden uitgezet voordat het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen, omdat de belangen van de staatssecretaris en de vreemdeling in deze situatie geen aanleiding geven tot het treffen van een voorlopige voorziening. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de vreemdeling kan worden uitgezet.