ECLI:NL:RVS:2023:1989

Raad van State

Datum uitspraak
24 mei 2023
Publicatiedatum
24 mei 2023
Zaaknummer
202302569/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling aan Bulgarije afgewezen

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 23 november 2022 een besluit om een aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 19 april 2023 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.

De staatssecretaris ging tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Raad van State. De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij niet zou worden overgedragen aan Bulgarije voordat het hoger beroep was beslist.

De voorzieningenrechter overwoog dat de rechtbank reeds had geoordeeld dat de vreemdeling niet mocht worden overgedragen en dat het hoger beroep van de staatssecretaris geen schorsende werking heeft. Hierdoor was het doel van het verzoek van de vreemdeling reeds bereikt, waardoor hij geen belang meer had bij de voorlopige voorziening.

Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk en hoefde de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 24 mei 2023 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen overdracht aan Bulgarije is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

202302569/2/V3.
Datum uitspraak: 24 mei 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek van [de vreemdeling] om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 19 april 2023 in zaak nr. NL22.24051 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 23 november 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 19 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
Procesbelang
1.       Procesbelang is het belang dat een vreemdeling heeft bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat de vreemdeling voor ogen staat, met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor hem van feitelijke betekenis is. Procesbelang is er niet als ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 31 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2531, onder 6.1).
Het verzoek en de beoordeling
2.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist. De rechtbank heeft echter in haar uitspraak al geoordeeld dat de staatssecretaris de vreemdeling niet mag overdragen aan Bulgarije en het tegen die uitspraak door de staatssecretaris ingestelde hoger beroep heeft geen schorsende werking. Omdat met de uitspraak van de rechtbank het doel dat de vreemdeling met zijn verzoek wil bereiken al is bereikt, heeft hij geen belang bij beoordeling van het verzoek.
3.       Het verzoek is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. Sevenster
voorzieningenrechter
w.g. Van de Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2023
345-985