ECLI:NL:RVS:2023:1989
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling aan Bulgarije afgewezen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 23 november 2022 een besluit om een aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 19 april 2023 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Raad van State. De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij niet zou worden overgedragen aan Bulgarije voordat het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat de rechtbank reeds had geoordeeld dat de vreemdeling niet mocht worden overgedragen en dat het hoger beroep van de staatssecretaris geen schorsende werking heeft. Hierdoor was het doel van het verzoek van de vreemdeling reeds bereikt, waardoor hij geen belang meer had bij de voorlopige voorziening.
Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk en hoefde de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 24 mei 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen overdracht aan Bulgarije is niet-ontvankelijk verklaard.