ECLI:NL:RVS:2023:2002
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen omgevingsvergunning huisvesting arbeidsmigranten en verkeersveiligheid
Het college van burgemeester en wethouders van Eersel verleende een omgevingsvergunning voor de bouw van een recreatieruimte en de huisvesting van 71 arbeidsmigranten in strijd met het bestemmingsplan. Appellanten, wonend in de omgeving, maakten bezwaar vanwege vermeende overlast en verkeersveiligheidsrisico's.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellanten niet-ontvankelijk omdat zij geen belanghebbenden waren. Appellanten stelden in hoger beroep dat zij wel degelijk gevolgen van betekenis ondervinden, onder meer door zicht op de recreatieruimte en toename van verkeersdruk op de Dalemsedijk.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard, mede vanwege de afstand van minimaal 260 meter tot de projectlocatie en de aanwezigheid van bomen die het zicht belemmeren. Tevens werd geoordeeld dat de verkeersintensiteitstoename niet leidt tot een verkeersonveilige situatie, mede gelet op CROW-normen en verkeersgegevens uit 2011.
Appellanten voerden aan dat de verkeersintensiteit onderschat werd en dat de vergunning voor maximaal twee personen per kamer een hogere verkeersgeneratie betekent. De Afdeling verwierp deze argumenten omdat de CROW-norm geen differentiatie maakt naar aantal bewoners per kamer en de verkeersintensiteit niet aannemelijk is sterk toegenomen sinds 2011.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de omgevingsvergunning bevestigd.