ECLI:NL:RVS:2023:2004
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep inzageverzoek persoonsgegevens gemeente Westland
Appellante, voormalig werknemer van de gemeente Westland, verzocht op grond van artikel 15 AVG Pro inzage in haar persoonsgegevens en gerelateerde documenten. Het college reageerde op 7 januari 2019 met een brief waarin het inzageverzoek werd toegekend en toegelicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het vermeende uitblijven van een besluit niet-ontvankelijk, omdat het college reeds een besluit had genomen en appellante geen bezwaar had gemaakt. Appellante stelde in hoger beroep dat de brief geen besluit was en dat haar daaropvolgende e-mails als bezwaarschriften moesten worden gezien.
De Afdeling oordeelde dat de brief van 7 januari 2019 wel degelijk een besluit in de zin van de Awb vormt, omdat het een schriftelijke publiekrechtelijke rechtshandeling betreft die het rechtsgevolg van het inzageverzoek beschrijft. De e-mails van 17 januari en 8 februari 2019 betroffen slechts toegang tot de digitale bestanden en konden niet als bezwaarschriften worden aangemerkt.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.