ECLI:NL:RVS:2023:2005
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens aantreffen handelshoeveelheid harddrugs en drugshandelattributen
Op 10 april 2019 trof de politie in de woning van appellant in Rotterdam een zakje met 25,9 gram heroïne en diverse drugshandelattributen aan, waaronder een koffiemolen met bruin poeder, een zeef, een digitale keukenweegschaal, en verpakkingsmateriaal.
De burgemeester besloot daarop de woning voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, een besluit dat na bezwaar en beroep door de rechtbank Rotterdam werd bevestigd. De rechtbank vond de sluiting noodzakelijk vanwege de handelshoeveelheid harddrugs en de locatie in een gevoelige wijk met speelvoorzieningen in de nabijheid.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet wist van de drugs in de woning en dat zijn medische situatie een sluiting onaanvaardbaar maakte, maar deze gronden werden door de Raad van State niet gegrond bevonden. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De uitspraak benadrukt dat als huurder appellant verantwoordelijk is voor wat zich in de woning afspeelt en dat het algemeen belang bij het beschermen van het woon- en leefklimaat prevaleert boven het individuele belang van appellant op woongenot.
De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning voor zes maanden wegens handel in harddrugs.