ECLI:NL:RVS:2023:2009
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering omgevingsvergunning kamerverhuur woning in Eindhoven
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven weigerde op 2 december 2019 een omgevingsvergunning voor kamerverhuur van een woning in Eindhoven. De eigenaar, appellant, gebruikte de woning sinds 2016 voor kamerverhuur, voortgezet van de vorige eigenaar die dit sinds 1985 deed. Het bestemmingsplan verbiedt kamerverhuur in deze wijk (Bennekel-Oost). Het college stelde dat geen sprake was van een legale bestaande situatie en wees de vergunning af.
Appellant beriep zich op een brief van 19 juli 2016 van een projectleider van de Raad van State, waarin werd bevestigd dat het pand vóór 12 december 2007 als kamerverhuur werd gebruikt en dat dit gebruik op grond van de Wabo mocht worden voortgezet. Hij stelde dat hij op basis van deze brief mocht vertrouwen dat een omgevingsvergunning niet meer nodig was of dat deze verleend zou worden. Het college en de rechtbank verwierpen dit beroep op het vertrouwensbeginsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt anders. De brief is onduidelijk over het type vergunning, maar de vermelding van de Wabo in de laatste zin kan aan het college worden toegerekend. Appellant mocht op grond hiervan een gerechtvaardigde verwachting hebben dat het gebruik voor kamerverhuur was toegestaan of dat een vergunning zou worden verleend. Het college heeft onvoldoende gemotiveerd dat het algemeen belang zwaarder weegt dan het belang van appellant. Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, de eerdere uitspraak en het besluit vernietigd en wordt het college opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij de belangen van appellant nadrukkelijk worden meegewogen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd vanwege onvoldoende belangenafweging en gerechtvaardigde verwachtingen.