ECLI:NL:RVS:2023:2044
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 9 augustus 2022 vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en hem opgedragen Nederland binnen een maand te verlaten. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat bij besluit van 17 oktober 2022 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die op 13 april 2023 het besluit gedeeltelijk vernietigde door een vertrektermijn van een maand vast te stellen.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling zijn tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan. De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij niet uitgezet zou worden voordat op het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat het hoger beroep van de vreemdeling gegrond zal worden verklaard. Gezien de belangen van beide partijen werd geen voorlopige voorziening getroffen. Het verzoek werd afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de vreemdeling wordt niet beschermd tegen uitzetting gedurende het hoger beroep.