ECLI:NL:RVS:2023:2054
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 27 januari 2023 niet-ontvankelijk is verklaard. Hiertegen heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 mei 2023 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht. De vreemdeling verzocht om te voorkomen dat hij wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd en dat de belangen van de staatssecretaris en de vreemdeling in onderlinge afweging geen aanleiding geven tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Daarom is het verzoek afgewezen en is de staatssecretaris niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.H. van Breda, in aanwezigheid van griffier P.A. Melse, op 26 mei 2023.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen; de vreemdeling wordt niet beschermd tegen uitzetting en ontvangt geen opvang of verstrekkingen.