ECLI:NL:RVS:2023:2108
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand bij omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen verleende op 12 februari 2020 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een ondergrondse container. Na bezwaar van appellante werd deze vergunning op 6 oktober 2020 herroepen, maar het verzoek om vergoeding van kosten voor de behandeling van het bezwaar werd afgewezen omdat de rechtsbijstand niet als beroepsmatig werd erkend.
De rechtbank Noord-Holland vernietigde het herroepingsbesluit maar handhaafde de rechtsgevolgen en oordeelde dat de rechtsbijstand niet beroepsmatig was, waardoor vergoeding van kosten werd geweigerd. Appellante ging in hoger beroep tegen deze afwijzing.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de rechtsbijstand niet beroepsmatig was. Uit de stukken blijkt dat de gemachtigde als directeur van een BV regelmatig juridische diensten verleent en daarmee een duurzaam inkomen vergaart. De rechtsbijstand is dus beroepsmatig en komt voor vergoeding in aanmerking.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden deel van het vonnis vernietigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante, inclusief het betaalde griffierecht. De Raad van State past een wegingsfactor toe vanwege de beperkte omvang van de rechtsmiddelen.
Uitkomst: De Raad van State veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand en vernietigt het bestreden deel van het vonnis.